zaterdag 9 december 2017

Geloof jij nog?

Tijdens een lekker en gezellig diner in een Frans restaurant (dus: kleine tafels, strakke stoelen, dicht op elkaar) vroeg een goede vriendin laatst 'geloof jij nog?' Ik maakte me er makkelijk en kort van af. Dat ik vooral geloof bij muziek, zingen dus. De vraag werd enkele keren herhaald, maar er was daar weinig gelegenheid om het uit te werken. Nu dus maar iets meer.
Als kind deed ik weinig moeite om de katechismus echt van buiten te leren. Een vraag herinner ik me toch nog wel: Wat moeten wij geloven? Alles wat de kerk ons voorhoudt te geloven als waar (of zoiets, ik kan het nu in die oude katechismus niet nakijken).
Wel, dat is er dus helemaal niet meer. Ik kan lange lijsten maken van wat er allemaal van af gevallen is, van dat Gesamtkunstwerk of dat volledig pakket, dat je als een eenheid werd geacht te accepteren als katholiek: van de onfeilbaarheid van de paus tot de maagdelijkheid van Maria en haar Tenhemelopneming. Dat laatste vond ik erg zielig: Maria met lichaam en al in de grote hemel waar verder alleen nog maar lege stoelen zijn!
Afijn dus wel heel wat schepen achter me verbrand, maar er blijft toch zoveel troost en schoonheid (eerder dan waarheid) in die oude teksten en liederen, ook in de rituelen. Geloof is geen acte van kennis maar van belangstelling, affiniteit en vertrouwen.
Toen ik op een islamitische universiteit doceerde in Indonesië (1981-1988, alweer 30 jaar geleden!) zei ik vanzelf vaak aardige dingen over de islam en kritische zaken over christendom. Dus vroegen studenten wel eens of ik van plan was om moslim te worden. Daarop antwoordde ik dan wel dat ik dat geen goed idee vond. Ik ken wel wat bekeerlingen om me heen, die dan met enthousiasme worden ontvangen, maar als muallaf of beginneling er fijntjes op gewezen wordt dat zei dit en dat moeten doen: kleding, boeken lezen, je tenen inkrimpen bij het gebed. Als je 'van muziek houdt', hoef je ook niet de hele muziekgeschiedenis mooi te vinden. Zolang je in bepaalde muziek mee kan trillen van schoonheid, houd je er van. Zolang je op die te moeilijke vragen wat (vaak halve) antwoorden vindt bij religieuze plechtigheden, ben je nog gelovig: zie je er voordeel in om daarin mee te draaien.
Voltaire zei eens iets over het nut van religie (zou uitgevonden moeten worden als het nog niet bestond) en Arabist Hans Jansen schreef een oppervlakkig en te cynisch boekje over Het nut van religie. Naast veel menselijke aberraties zit er ook wel zoveel diepgang en schoonheid in de Bachcantates, in de teksten van Bijbel en Koran, dat ik me maar gelovig blijf noemen.
Ik ben nu begonnen aan een  redelijk dik boek van 440 bladzijden: Het oerboek van de mens: De evolutie en de bijbel (Carel van Schaik en Kai Michael) dat een positieve interpretatie wil zijn van  het voordeel en zelfs de noodzaak bij de mens om zoiets als religieuze ideeën te hebben ontwikkeld. Ik ben benieuwd. De overgang van een jagercultuur, nomaden dus, naar sedentaire landbouwers is daar de 'grote fout' die via allerlei kunstgrepen hersteld moet worden. Het paradijs uit en ploeteren op de grond, mensen dicht bij elkaar en zodoende ook veel ziektes.

donderdag 30 november 2017

Mohammed in zeven (hoofd) stukken

Christian Lange is succesvol hoogleraar Islam en Arabisch in Utrecht. Zijn grote boeken gaan vooral over mystieke teksten uit de middeleeuwen. mooie verhalen over paradijs en geluk, verlangens ook. Maar nu heeft hij collegedictaten verwerkt tot een boek over Mohammed. Het is niet de bekende vorm van biografie, maar een receptiegeschiedenis. Na het inleidende hoofdstuk komt er een over de westerse islamwetenschap: van Nöldeke tot de wilde theorieën van Patricia Crone en soortgenoten. Hij maakt er korte metten mee: de Koran blijft een belangrijke bron en daar zien we iemand die helemaal past in de laat-antieke debatten tussen christenen en joden onderling, wel in contact met de oude arabische cultuur.
Dan zijn er drie hoofdstukken over de receptie bij moslims: in de wereld van de plichtenleer of sjarie'a is alles wat hij deed een voorbeeld voor mensen, om na te volgen. Dan de mystiek en filosofie, tenslotte de kleurrijke volksdevotie. hier blijkt vooral dat Mohammed niet zo maar 'gewoon een mens' is, tegengesteld aan Jezus als Zoon van God. Over Mohammed als eerste licht ontstaan uit God. Dan zijn er twee hoofdstukken over de receptie in het westen. Dat loopt ook sterk uiteen: van de bekende negatieve stereotypen tot verheerlijking van de hoogste plank: vooral bij Goethe en Carlyle.
In de presentatie van zijn boek gaf Lange vooral veel aandacht aan Goethe, die mythische dimensies gaf aan Napoleon. Mohammed als maatschappijvernieuwer en bestuurder werd door hem op dezelfde hoogte gesteld.
Het was maar een korte presentatie, gisteren in een van de zalen van Geesteswetenschappen in Utrecht. Het viel me op hoe 'wit' het publiek er was. Gürkan Celik was zo te zien de enige moslim die er bij was. Hij was wat teleurgesteld omdat zíjn Mohammed-beeld er natuurlijk nogal bekaaid van af kwam. Het was overigens wel duidelijk dat Lange een Arabist is en van de islamitische wereld vrijwel alleen Arabische teksten citeerde. Niets over de in het westen ook veel gelezen boeken van Ameer Ali en ook niets natuurlijk over Fethullah Gülen die in zijn Mohammed-boek een bijna dagelijks omgang met een nog levende bron van inzicht presenteert. Voor mensen die een beetje allergisch zijn voor identificatie van Arabisch en Islam is dat natuurlijk toch een gevoelige zaak.
Speciaal moment was natuurlijk de aanbieding van het boek door Christian Lange aan Joost van Gemert, beheerder van de collectie theologie/religie, ook muziek in de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Zijn laatste herinnering aan een bezoek aan Istanbul: een prachtige opvoering van een Mozarts-opera in het operahuis aan het Gezi park, dat nu met sluiting is bedreigd door Erdogan.
Al bijeen een avond met veel thema's waarbij je toch wat in verwarring komt over wat nu wel het academische van islamwetenschap is: de historisch kritische methode zoals in hoofdstuk 2 hier aangeboden (de betekenis van Mohammeds boodschap voor de eerste hoorders), interesseert moslims eigenlijk maar nauwelijks en is maar een klein deel van het bredere onderzoek naar die grote figuur die Mohammed was en vooral: uiteindelijk is geworden.

maandag 20 november 2017

De Wijsheid van EUGers op muziek gezet door Mathilde Wantenaar

In totaal heeft het koor van de EUG in Utrecht de laatste 15 jaar viermaal een grote compositie-opdracht kunnen geven. De eerste was de Mis van Henny Vrienten, op teksten van EUG-leden. Daarna kwam de viering van 150 jaar orgel, met een selectie van gedichten van Lucebert. Dat was de Missa Poetica.  Op teksten van vooral Sytse de Vries  maar ook met elementen van  de Latijnse (en griekse) misteksten zongen we op 16 November 2013 de Missa bilingua op mooie muziek van onze dirigent Hans Leeuwenhagen.
Begin dit jaar was het schilderij Waiting for Sophia van Angie Deveureux aangekocht en een enkele keer in de Janskerk van Utrecht neergezet tijdens een dienst, daarna weer verdwenen. Ik schreef daarover in februari 2017. Als vervolg daarop werd er een algemene workshop gedichten schrijven georganiseerd, waarop een klein groepje van leden van de Ekumenische Utrechtse Gemeeenschap (zoiets is de betrekenis van EUG) een vijftal gedichten geschreven, waarop componiste Mathilde Wantenaar werd gevraagd er muziek op te schrijven. 12 November 2017 werd die voor het eerst uitgevoerd.

Beeld van de (nog) lege kerk tijdens de repetitiedag. Links zit de componiste  rechts pastor JasjaNottelman. Wantenaar is geboren in 1993, wist op haar 9e al dat zij componiste wilde worden en is het dus ook geworden! Haar muziek is gevarieerd: de vijf liederen zijn in grote variatie geschreven van stil, zelfs verstild en meditatief tot theatraal en uitbundig. Soms met veel herhalingen van de in het algemeen zeer korte teksten, tot een snelle lawine van allerlei omschrijvingen van wijsheid. De begeleidingen zijn bescheiden, nauwelijks een voorspel of introductie en eigenlijk nergens echt solospel voor piano of orgel. Daar zal Laurens de Man wel wat meer van gaan maken denk ( of soms: vrees!) ik.
Bij nader bekijken van het schilderij bleek Sophia of Christa te zijn: een vrouwelijke versie van Christus, zoals de feministische theologie ook een vrouwelijk verschijning van God kent. Op haar linkerhand kun je zelfs een stigma-wond herkennen. Maar dat zag ik er in terwijl de vrouwelijke theologen daar nog niet naar hadden gekeken.
Wijsheid, werd me verteld, is anders dan de Logos: want die wordt toch al snel weer mannelijk gezien. Wel goddelijk, maar niet god-gelijk, voortkomend uit de goddelijkheid maar in mensen aanwezig (als het goed is). Ik had even het gevoel in een Vrijmetselaarsloge te zitten, maar het is toch vooral een laat-Joodse gedachte, van tegen de tijd van Seleuciden en ptolemeeën, de laatste eeuwen vóór Christus.
 Word wakker, Wijsheid, maak toch voort.
Laat woorden van vertrouwen stromen,
opdat gebeurt waar wij van dromen ..
Jij die in ons ontspringt en leeft,
jij die kan brullen en kan fluisteren:
leer mij toch wachten, leer mij luisteren
Het gaat hier allemaal niet om en soort godsbewijzen: dat er bij evolutie toch een 'eerste begin' moet zijn, of dat wij allemaal participeren aan een 'algemeen zijn',  of dat er een intelligent design voor deze wereld is.
Wij hebben lekker gezongen, dat zeker!


vrijdag 17 november 2017

Joop Smit als een strenge uitlegger: een slager die zijn vlees afkeurt?

In de Janskerk volgen we deze maand een cyclus over vrouwenfiguren in het bijbelboek Openbaring. Een goede gelegenheid om eens wat in dit rijke werk te grasduinen. Afgelopen zondag gaf Joop Smit, bijbelkenner en Augustijn priester een mooi staaltje van zijn kunnen. In de beste stijl van retoriek, zoals hij die van de taalgevoelige Augustinus, gaf hij een analyse van de brief aan de kerk van Tyatira 2:18-29. De 'brief' wordt gezien als een geplande aanval op een vrouw uit die stad, die kennelijk veel volgelingen heeft en (dus) charismatisch is. Maar eerst komt het zoet: de gemeente aldaar wordt geprezen voor de vele goede eigenschappen. Maar dan komt het venijn. Er is een vrouw die kennelijk een te zachte opinie houdt tegenover de 'heidense' cultus: ze vindt het goed als mensen sociaal omgaan met elkaar en dus ook dat christenen bij ontmoetingen eten van vlees dat uit de tempel komt (zoals heel veel vlees kennelijk). Er worden heel harde woorden gesproken en de vrouw wordt Izebel genoemd, naar de tegenspeelster van de profeet Elia (ook een voorbeeld van onverdraagzaamheid, die volgens de bijbeltekst 400 Baal-priesters liet vermoorden. Izebel ('kracht van Baäl)  zal ziek worden, haar kinderen in ellende gestort.
Hier wordt Izebel of Jezebel afgebeeld met vrouwelijke 'ondeugden' zoals ijdelheid.
Joop had weinig goeds over voor de schrijver van Openbaring hier: zo'n harde afstraffing van een vrouw die waarschijnlijk de harmonie tussen de jonge christengemeenschap en de hellenistische cultuur wilde bewaren. Niet alleen dus een 'uitleg' van de bijbeltekst, maar ook een onverwacht felle aanval op de tekst. De slager keurde hier niet alleen het vlees op een milde manier, maar ging er even fel tegen in, zoals wij vroeger ontzet waren bij die (vloek)psalm 137:9 en natuurlijk die slachting onder de Baal-priesters. We mogen die teksten rustig maar stevig afkeuren.

donderdag 16 november 2017

Het eigen 'frame' van bisschop Yousif Thomas Mirkis

In de Antoniuskapel van de Aloysiuskerk was een bijeenkomst met de bisschop van Kirkuk, Yousif Thomas Mirkis, een deels in Frankrijk opgeleide priester van de Dominicaanse orde. Een geleerd en tegelijk praktische man, die tot 2003 vooral les gaf op een theologische opleiding, maar toen verdween Saddam Hussein, kwamen de Amerikanen.
Hij kan doceren: de Europeanen zijn individu, maar in Irak ben je, of je het wilt of niet, lid van een gemeenschap, communitarisme: het gaat niet om pure religie, niet om etniciteit, denominatie als zuiver religieuze groep: hij is nu eenmaal geboren als lid van de Syrische geünieerde katholieke kerk.
Hij gaf meteen al een mooi voorbeeld van complot-denken: zou die grote aardbeving met zoveel doden niet van een Iraanse kernproef komen?
Hij is zelf geboren één jaar na de stichting van Irak, dus in 1933. Vrede heeft hij nooit meegemaakt. Er was altijd wel onderdrukking, of oorlog, of allebei. Van afstand heeft hij de Europese 2e wereldoorlog meegemaakt: voor pacifisme had hij geen lovende woorden, want in 1933 konden zij het Nazi-regime ook niet tegenhouden. Maar het is moeilijk laveren tussen de idealen, zeker toen vanaf 7 augustus 2014 Mosul een regime kreeg dat wellicht nog erger was dan een nazi-regime. Ja mag geweld niet imiteren, maar moet ook niet naïef zijn. Uiteindelijk kwam er toch een rechtvaardiging van geweld, als noodzakelijk kwaad, proportional use of violence.
Maar, praktisch als hij is wilde hij de leuze Si vis pacem para bellum niet overnemen (als je vrede wilt moet je je voorbereiden voor oorlog). Maar denk aan vrede: si vis pacem, para pacem.
Maar dat is de theorie: hij werkt vooral praktisch en verzorgt zo'n 700 jonge mensen, studenten, die hij € 200 per maand kan geven zolang als hij genoeg geld bijeen kan bedelen.
Daar is wel een probleem voor hem: de grote NGOs hebben allemaal hun eigen agenda, eigen beleid, dat hij frame noemt: als je praktische aanpak daarin niet past dat wordt je niet ondersteunt.
Edwin Ruigrok van PAX was teleurgesteld dat hij 'hun mensen' in Kirkuk niet kent, die daar zijn om groepen bijeen te brengen. In studentenhuizen van Mirkis zitten Yezidi, Christenen en Moslim studenten dooreen: maar dat is zo zijn werk. Pax riep geen herkenning bij hem op. Ik zei tegen Edwin dat het oude Pax Christi wellicht beter bekend was, al is dat ook een Europese stichting/organisatie gebleven.
Ik was al lang niet meer in de Aloysiuskerk geweest, al is het formeel 'mijn eigen parochiekerk'. Pastoor Huitink, nu priester na een vroegere loopbaan bij de politie, kan efficiënt, maar ook spiritueel sterk leiding geven hier. Zuster José Höhne, dominicanes, vertelde dat er nog 57 OP zusters n Nederland zijn, maar zij is (goed 60?) verreweg de jongste. En dan komt zo'n bisschop uit Kirkuk hier bij ons steun zoeken. Over de Iraakse regering(en) wil hij niet veel kwijt: het zijn ook in zijn soennitisch gebied toch vooral shi'ieten die de dienst uitmaken. Maar hij blijft liever buiten de politiek en concentreert zich op praktische projecten.

woensdag 15 november 2017

Het Gordijn van Kader Abdolah

Ik dacht dat Kader Abdolah bezig was met een groots project: iets over de Statenbijbel. Maar na twee boeken over de Perzische koning (en zijn eigen betovergrootvader die daar vizier was geweest), is er iets heel anders. Het Gordijn gaat over de ontmoeting tussen KA en zijn moeder en zus. De moeder was al in Amsterdam geweest. Z|ijn vader is nu overleden en zijn moeder is aan het dementeren. Daarom hebben ze Dubai uitgekozen als ontmoetingsplek. Dat is dus thema 2, naast no 1: de dementie van zijn moeder. Het Gordijn is een oude herinnering aan zijn moeder, die altijd verhalen vertelde, maar achter een gordijn (64-5).  Later in het boek vertelt zijn moeder dat ze altijd gehoopt had dat Kader haar zou meenemen naar Mekka. Nu gaat hij van het kosmopolitische Dubai naar het vrome Abu Dhabi en raakt daar zijn moeder kwijt in een te grote moskee, waar ze achter gordijnen verdwijnt:
Voorzichtig schoof ik (vertelde vroeger zijn moeder) het oude, grote, zware, donkergroene gordijn van het Huis van Allah opzij en ik keek naar binnen, naar de spullen van Zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Naar de spullen van zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Zijn gele leren slippers en Zijn ronde zilveren spiegel. En op Zijn tafel lag brood.
 Er zijn 34 hoofdstukken in 180 bladzijden. Allemaal bijna erg kort dus. No 5 gaat over de Arabieren. de Perzen houden van de Profeet en van de Ka'aba in Mekka, maar ze moeten niets hebben van de Arabieren, die hun alfabet hebben weggenomen en vervangen door het Arabische. Die hen dwongen de Koran uit het hoofd te leren. Dat kotm veel terug: die dubbelzinnigheid. Kader is atheïst, maar houd van de Koran en van de profeet. Blz. 153-4 is uitvoerig over de zeven slapers van Efese, sura 18: de slapers in de grot. Het waren vervolgde christenen die vluchtten, pas 300 jaar later wakker werden (zijn moeder is er ook vaak van af!) en ontwaakten toen het geloof had overwonnen.
In zijn eigen bewerking van de Koran is dat no 69, blz. 212-217,maar nu is hij toch weer anders aan het vertalen en maakt er uit de traditie weer een ander verhaal van.
Er zit ook een prachtig verhaal in over een tocht door het echte woestijngebied in een grote jeep. Als ik dan toch nooit echt in Mekka en Medina zal komen, moet ik wellicht toch maar een keer naar Dubai en Abu Dhabi gaan.

dinsdag 7 november 2017

De Canon van Nederlandse Geschiedenis in Arnhem

Na al bijna en decennium debatteren over een museum voor Nederlandse geschiedenis, dat wellicht in Arnhem zou komen, het opstellen van een canon met 50 kernpunten van ons nationaal verleden, is er nu bij het Openluchtmuseum een modern gebouw neergezet. Het ziet eruit als een groot bruin ei, alsof de stralend goudwitte bobbel bovenop het Fundatie-museum van Zwolle hier in de bossen is neergedaald.

Het is niet echt goed te zien: op de wat onduidelijke foto boven staan Pram Sutikno en Tessel Pollmann naast Paule en ik zelf, terwijl achter ons die donkere bubbel staat. Binnenin is het een grote aaneenschakeling van allerlei technische spelletjes waar je je in de geest van onze voorouders kunt gaan wanen. Het is er allemaal nogal donker, omdat de aandacht toch vooral op schermen gericht moet zijn. Tessell staat hier handel te drijven tussen Kampen en noordelijker Hanzesteden. Ze was er redelijk fanatiek in: kon een leiding graag kopen en hout verkopen, of andersom. Maar het duurde zeker 10 minuten voor ze in de gaten had hoed ze de schepen moest laten varen en de handel drijven. Maar wij anderen hadden het al lang opgegeven.
Er was ook een leuk spelletje over de juist tactiek om de Friezen te bekeren (bij Bonifacius), veel VOC en slavenhandel, later extra veel over Max Havelaar. Er lag een Koran in een Nederlandse vertaling die ik niet ken en onderstaand briefje, waarschijnlijk tegen de moord op Theo van Gogh door Muhammed Bouyeri. Zoveel verschillende onderwerpen, knap bijeengezet maar wel als een maaltijd met 50 gangen.

Wij waren al weer zeker 30 jaar niet in het Openluchtmuseum geweest en stonden nu verbaasd over de pracht die daar bijeen staat. Op een rustige herfstdag was het een perfect licht om de combinatie te zien van gebouwen en omgeving, helemaal aan die gebouwen aangepast.




Beetje Johannes Maeswael in het Rijksmuseum

Het wordt een museumweek: begonnen met zondag 5 nov. toen wij Jan Pieter Foppen zagen in het Slot Zeist. Hij maakt bij avondzon foto's van mooie hoekjes in Amsterdam, Utrecht en de Morvan en schildert dan in de stijl van Monet: hij noemt zichzelf een echte impressionist.
Maandag waren we bij het Rijksmuseum en zagen er per ongeluk eerst werk van Mathijs Maris, broer van twee andere kunstenaars ui de Haagse school, maar later vooral  levens in Parijs en Londen waar hij grote doeken maakte met allerlei schakeringen van een of twee kleuren, zonder figuren: kleur omwille van de kleur dus.Daarvoor ging hij een beetje de Tooropkant uit.
Hij was in Lausanne en daar kwam dit doopportret tot stand. Trotse, beetje bange en zeer ingetogen moeder, ingepakte baby.
Maar we kwamen voor Johannes Maelwael (= schildert goed) van de periode 1375-1410. Hij kwam uit Nijmegen, schilderde voor de graven van Gelre, later voor het Franse vorstenhuis in Parijs en vooral in Dijon voor Karel de Stoute. Zijn neven de broers Van Limburg, kwamen bij de Duc de Berry terecht.
Van Maelwael is maar weinig overgebleven. Daarom was er ook werk van tijdgenoten. Er was een groot werk gemaakt in opdracht van de in 13763 gestorven Hendrik van Rijn, kanunnik en aartsdiaken van onze eigen Janskerk in Utrecht. Hij knielde dus waar wij meestal op zondag naar de kerk gaan en zingen. Nu is het een kale kerk, in allerlei kleuren wit, alsof die kerk ook de overgang van het uitbundig figuratieve naar het beeldloze heeft moeten doormaken als bij Mathijs Maris.
Van Maelwael was er een groot rond schilderij met een pietà, waar niet de moeder, maar God als Vader het doodsoffer van Jezus aanneemt. Met de gebruikelijk figuren eromheen alsof het een grote familie van engelen,mensen en goddelijke figuren is die gezamenlijk in rust en stilte dit moment nog moet verwerken.

De bovenste schijnt helemaal echt van Maelwael te zijn. De wat kleinere daaronder is wel een pietà in de gewone traditie waarin Jezus op de schoot van zijn moeder is. Wij waren onder de indruk van de pracht, intieme schoonheid ook, alles nog zo goed bewaard sinds 600 jaar.

Na de lunch in het museum (feestelijk ter ere van onze 45-jarige bruiloft, vandaar de feestelijke selfie voor het beeld van de tragische Laokon), gingen we nog naar de hermitage, waar een indrukwekkende collectie van Nederlandse meesters in Russische bezit (al eeuwen lang: vanaf Peter de Grote tot nog generaties naar Catharina de Grote werd er vanuit een royale kas gekocht) te zien was. Grote schilderijen meestal, want de zalen waren er groot. Nogal wat Utrechtse Caravaglio-schilders met sterke licht contrasten. Hier een uitbundige groep engelen bij Abraham: veel meer op de menselijke figuur gericht dan de oude iconen, meer voor de feestzalen dan voor de kerken!

vrijdag 3 november 2017

Islamitische begraafplaats Kovelswade in Utrecht

20 September 2017 overleed Hamza Zaid Kailani, een van de voortrekkers van contacten tussen de eerste generatie moslims en Nederlandse kerkelijke figuren. Hij kwam in 1964 in ons land als vertaler Arabisch voor Unilever. Hij was in Palestijns gebied leraar Engels. Toen de Israeli's in 1967 de Westbank veroverden, was hij hier en kon dus niet meer terug. Hij sprak voortreffelijk Nederlands (hij was niet voor niets een talenman) en kon overleven. In 1978 werd hij imam in de Bijlmerbajes en van het een kwam het ander: contacten met de dialoog-experts van de Nederlandse kerken.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.

In Utrecht is Kovelswade (achter de Koningsweg) sinds 1901 een uitbreiding  van het kerkhof aan de Gansstraat. Er staat een sierlijk centraal gebouw in neo-klassieke stijl. Aan het kerkhof is te zien dat er tegenwoordig minder begraven wordt, meer gecremeerd: er zijn her en der veel lege plekken. Veel kapotte graven. Er zijn maar enkele aardige beelden. Bijzonder vond ik het graf van schrijfster Johanna van der Woude: een beeld opgericht door bewonderaars, met afbeeldingen van vier boektitels.
Der islamitische afdeling is begin jaren 1980 geopend en loopt zonder afscheiding over in de algemene begrafenistuin. Er is een sobere gebedsplaats, richting Mekka, met een soort 'qiblat' waarop in kalligrafie de tekst staat: Inna lillahi wi inna ilaihi rajiun 'wij zijn van God en keren tot Hem terug' (Baqara, sura 2:156).
Overigens zijn de graven vol met emotioneel geladen teksten en voorwerpen waarin de band met de overledene centraal staat:,knuffels, hartjes, duifjes bij elkaar, zwaar gevoelige teksten. De treurenden laten zich door de strenge godgeleerden de wet niet voorschrijven. Zoals sommige katholieke geestelijken de Requiem-mis graag onpersoonlijk houden, maar de treurenden zelf wat anders willen, zien we het hier ook!

En de treinen gaan de hele tijd door, omdat het kerkhof tussen de achtertuinen van de huizen aan de Koningsweg en de spoorlijn naar Oost en Zuid-Nederland is aangelegd.

donderdag 2 november 2017

Hoe godsdiensten investeren in stenen en er afstand van moeten nemen

Oskar Verkaaik publiceerde samen met Daan Beekers en Pooyan Tamimi Arab een wat rommelig en soms verwarrend boek, met een aantal prachtige inzichten en bescherijvingen: Gods Huis in de Steigers. Religieuze gebouwen in ontwikkeling (Amsterdam University Press, 2017, 269 blz.).
 Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn  zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'.  Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.'  (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.

zondag 29 oktober 2017

Two Indonesian 'Eurasians' in Holland: Jan Toorop and Melati of Java (= Nicolina Sloot)

In the small but old town of Doesburg (in East Netherlands, member of the old Hanza Union), an exhibition was held on Jan Toorop (1858-1928). The scenery is beautiful: small but characteristic buildings in the Hanza tradition, like the town hall.
Toorop had a Dutch father and a partly Chinese mother from the island of Banka. He looked very Indonesian, at least to Dutch people. He was only eleven years old when he moved to the Netherlands ion 1969. It is debated how much he was influenced by Indonesia, wayang performances or other artistic traditions. The exhibition in Doesburg was advertised  as a way to see the Indonesian influences in the work of this artist who is also known as a prominent member of Art Nouveau or symbolic art around 1900. In fact we could not see much direct Indonesian influence.

Below we see here the advertisement of oil to be used in salades. Can we see here a remembrence of Javanese batik art? In 1905 Toorop (who was raised as a nominal Protestant), converted to Catholicism and the image of the Trinity above as one examples of this period in his career. He became immensely popular in the Catholic world of the Netherlands, but not much is seen of Indonesian influence.
This lady is Nicolina van Sloot, born in Semarang 1853 of pure Dutch parents. Her father was a teacher at a primary school. She followed a secndary school, probably at the Ursuline sisters in Batavia. The family moved to the Netherlands in 1871. Until her death in 1927 she wrote more than fifty novels, most of the under her penn-name Melati of Java. She never married and could live from her writings, because the romantic novels, many about the Dutch Indies were very popular. It was het trademark! She wrote even a novel about the historic person of Surapati, glorifying him as a noble fighter against colonialism. Recently a new biography has been published as a doctoral dissertation: she still has some fame in the Netherlands, but as far as I know none of her books were ever translated into Indonesian.

zondag 22 oktober 2017

Nieuwe muziek tussen oude stenen

Zaterdag 14 waren wij in de Dominicuskerk voor de presentatie van een CD-lied project van de mensen van het Nieuw Lied Fonds: de zevend al weer van liederen op teksten van  vrouwen, met veel muziek ook door vrouwen gemaakt. De eerste zes CDs staan in het boek Als daar muziek voor is, uit 2013. Het gaat in een rustig tempo: ze zijn nu 25 jaar bezig! We begonnen om 10:00 uur te zingen. Liefhebbers van deze nieuwe liederen, ondersteund door een koor van zo'n 30 dat al maanden op de soms wat lastige zettingen had geoefend. Om 15:30 was er een concert met alle 16 liederen uitgevoerd.
Thema was 'Loslaten'.  Dat gebeurt tegenwoordig vaak: net als in de fenomenologische filosofie of psychologie neem je een emotioneel beladen woord waarmee je nog veel kanten uit kunt. Eb en vloed is de naam van de CD: veel begraven dus, vreugde naast verdriet, bijna zoals Prediker.
Het leven is dansen tussen licht en donker
tussen eb en vloed.
Dick Steigenga had op het altaar een bloemstuk-met-twee-jurken gemaakt: een voor treurige, één voor feestelijke gelegenheden, met een herfstboeket.
De kerk was niet vol, maar er was toch een koor van ruim 120 om de liederen in te studeren. Dirigente voor de grote groep was Wilna Wierenga met de juiste combinatie van goede muzikaliteit en handigheid om soepel en vol humor met grote groepen om te gaan.
Er waren drie liederen uit het mooie boek Doodgewoon van Bette Westera:
Als je nou eens niet kon sterven,
zou je dan op zwemles gaan?
Soms  ook wel 'dooddoeners', maar altijd mooi geformuleerd, zoals dit van Agnes Snitker,
Gister is dood
Vanmorgen begraven.
Eigenhandig heb ik zand gestrooid, 
uitgebroken bevrijd.
De verwijzingen naar God zijn er vaak, maar het blijft vaak bij een gevoel van gedragen worden. Jezus komt er ook een beetje bekaaid van af: eigenlijk eenmaal en dan nog ook als een vaag maar vurig gevoel:
We delen zijn woorden we delen zijn brood, wij noemen ons één.
Wij drinken zijn dagen en voelen zijn leven als wijn in ons bloed.
Dit is ver van de realis presentia waarbij Jezus in de wijn gaat; nu voelen wij de wijn in ons bloed.

Een week later, gisteren, 21 oktober, was er een leuke happening in de Domkerk: een orgelfeest met nazingen van psalmen op hele noten, zo hard en mogelijk. We hoorden van hymnoloog Arie Eikelboom hoe lang Luther en vooral Calvijn er wel niet over deden om de gemeente aan het zingen te zetten. En hoe moeizaam in Nederland de overgang in psalmzingen van ritme naar hele noten verliep en weer terug. Hoe snel kunnen mensen veranderen? Met de smartphone gaat dat snel, maar al die nieuwe liederen: alleen groepen die gretig zijn en nieuwe dingen willen, zullen ze snel gaan gebruiken.



maandag 16 oktober 2017

Gülen in Cinemec Utrecht

Er was een kleine affaire over Gülen in verschillende plaatsen in Nederland. In Rotterdam werd naar aanleiding van de release van de film Vatan ('Vaderland' in de serie Kurtlar Vadisi of 'Wolvenvallei') zelfs een debat in de gemeenteraad gehouden. In Utrecht was hij viermaal te zien in de nieuwe Cinemec, nog in een troosteloze zandvlakte bij het nog te bouwen centrum van Leidsche Rijn. Er waren 14 toeschouwers in een zaal waar er wel 170 in konden.
Het is een wat onoverzichtelijk verhaal. Een 'louche figuur' met de naam Dave kondigt een verdeling van Turkije aan voor liefhebbers. Dat zijn hier George Soros, de rijke Hongaar een Fethullah Gülen, de religieuze leider die nu in Amerika woont.
Dave komt in het begin een geschenk brengen aan Gülen: een groene mantel. Die is kennelijk van Sultan Yavuz geweest, de kalief die rond 1500-1520 het Ottomaanse rijk uitbreidde met een deel van het Perzische Rijk en het hele Mamlukse imperium in Egypte, Syrië en Irak. Hij belooft dan ook dat binnenkort Gülen als nieuwe kalief in Istanbul deze groene mantel mag dragen. Gülen gaat dus met die mantel aan in een vliegtuig, terwijl de staatsgreep draait onder leiding van Dave (als leider van de CIA?). Soros zit er een beetje zielig bij te kijken en zijn rol blijft onduidelijk. Er wordt veel geschoten, iedere minuut vallen er wel weer tientallen doden, vaak wisten wij niet aan welke kant die vielen en wie tegen wie is. Gülen  komt met zijn vliegtuig in de buurt van Turkije, maar hoort dan dat Erdogan al op het vliegveld van Istanbul is en alles dus mislukt is. 'Dan gaan we maar terug' zegt Gülen terwijl er nauwelijks emotie te zien is: een bijzonder slecht gespeelde film dus.
Dave gaat nog een keertje zwemmen, wordt er met een helicopter uitgehaald, voor een rechtbank veroordeeld en in zeer gedumpt vanuit die helicopter.
Als ik het goed begrepen heb, zien we hier Dave, de CIA-man en booswicht, die zegt dat er een chaos moet komen waardoor Turkije verdeeld kan worden: onder Amerikaanse invloed, maar de grootste happen zijn voor Gülen en Soros.
Het schijnt dat er bijna dagelijks in Turkije dit soort films te zien zijn over de coup, met een duidelijke verwijzing naar wie slecht is en wie goed. De ondertiteling  was erbarmelijk en wij konden dus lang niet alles echt goed begrijpen, maar het was toch wel onderhoudend en aardig om dit zo ook eens te zien.

maandag 2 oktober 2017

Drie abdijen van Oosterhout bezocht door kunstenaars: Biënnale 2017. 2 De Benedictijnen

Na de Norbertinessen, was de tweede abdij, aan de overkant van de straat, die van de benedictinessen, die er kort na 1900 kwamen. Een groots gebouw, eerst neo-gothisch, dan met een bijbouw in de sobere stijl van Dom van der Laan. Hier troffen we (net als bij het eerste klooster) een fantastische vrijwilliger die uitleg gaf over de kunstwerken, maar ook over de relatie tussen het klooster en het dorp. In dit geval was onze man wat sceptisch over de nieuwe bewoners van de mannen-abdij, de Fransen van Chemin neuf (Celibatairen, gezinnen, geleid door een vrouw van Duitse oorsprong): deze staan wat afstandelijker van de dorpsbewoners. Juist de nonnen van de benedictinessen hebben de juiste sfeer van een klooster-in-contact-met-de-maatschappij weten te behouden, tenminste volgens 'onze man'.

De neo-gotische kapel is hier voorzien van banken in de stijl van Dom van der Laan, zoals ook in Maarssen (nu ook al gesloten) en in Werkhoven.
Er waren parels van mooie kunst bijvoorbeeld een beeld van tsunami door Franciscus-Franciscus, waarin een keten van mensen een kind redt. Helaas is niet iedereen te redden.

Dan het 3e klooster, de kolossale Paulusabdij waar vroeger de beroemde Pieter van der Meer de Walcheren verbleef en boeken schreef (die ik overigens nog niet echt gelezen heb. Rogier noemt hem de 'Pionier van de Katholieke Cultuurbeweging). Ook al leven de moderne bewoners dan in familieverband, in de abdij hangen toch witte toga's voor de vieringen. De kunst aldaar is af en toe wat eigenaardig, of in ieder geval verrassend. Zo hangen er in de koorgangen en de tuin een 40-tal vergrootglazen, waardoor je de bloemen dus uitvergroot kunt zien. Ook een kunstproject. Wij zagen een zestal grote werken in super-realisme, redelijk overdreven aardewerk met glazuur er wel erg dik bovenop. Hier moeder en kind. Zelf schrijft zij over haar werk: Niet om reigieus werk te maken, maar omdat de verhalen een universele waarde hebben en zich goed laten vertalen naar het heden. Hoe dan ook verrassend en vernieuwend is deze biënnale zeker!


donderdag 28 september 2017

Drie abdijen van Oosterhout bezocht door kunstenaars: Biënnale 2017. 1: Huub en Adelheid Kortekaas

In het stadje Oosterhout, ten noorden van Breda zijn in elkaar nabijheid drie abdijen gevestigd. De vrouwen kwamen het eerst. Dankzij goede contacten nmet de Oranjes van Breda vestigden zich hier de Norbertinessen in het kleine slot De Blauwe Camer, nu Het Sint-Catharinadal. Kort na 1900 kwamen daarnaast de Benedictinessen, gevolgd in 1906 door de paters. De twee bekendsten zijn de literator Pieter van der Meer de Walcheren en de architect Dom van der Laan.
De mannen vertrokken het eerst: in 2003 vertrokken ze naar het bejaardenklooster in Teteringen. De vrouwen zetten het oude leven nog voort.
Wij begonnen met de ingang van het oudste, Sint Catharinadal. Huub en Adelheid Kortekaas zijn twee kunstenaars die al sinds de jaren 1980 een religieus visioen in materie trachten te vangen. Zij gaan uit van 'een keerpunt in westers materialistisch denken en een explosief veranderingsprocess in de wereld' dat aan de gang is. In ietwat bombastisch taal zien zij allerlei positieve wendingen in de wereld gaande. Zij hebben bij de ingang een rij van drie gigantische zetels neergezet, waarin dat ontluiken van de nieuwe wereld uitkomt.

Als was het een Anima Mundi Manifest staan hun teksten bij de afwisselende en mooie werken geplaatst. Ondersteund door de rechters van deze tijd gaat het alleen maar de goede kant uit. Paule kende Huub nog uit haar studententijd, dus tweede helft jaren 1960. Hij maakte toen voor de historische vereniging Dr. Huibers een standbeeld van Erasmus 'ter ere van Rogier en Post' en het staat nu nog bij het Nijmeegse Erasmusgebouw. Huub was niet van de studie geschiedenis, zeker niet van die harde jaartallen en hij keek en kijkt meer naar de toekomst dan naar het verleden.
Het bovenstaande is vals perspectief: het is geen grote tempel, maar een klein werk, twee meter lengte, waarin 2x7 zetels tegenover elkaar staan. Hier zullen dan wellicht de bestuurders van die nieuwe wereld gaan zitten?
Deze vijf symbolen, ieder in een eigen tuin, waaruit ze opbloeien, moeten eigenlijk nog aangevuld worden met een zesde, de philosophia perennis, maar die moet er nog bij komen.
Helemaal achteraan is de zeven-armige kandelaar van het Joden; dan de lotusbloem van het Boeddhisme. Over de andere drie zijn we nog onzeker: de boom met drie takken zou het Boeddhisme kunnen zijn met zijn Boeddha-leer-monnikenorde. Daarnaast in een tuin met allerlei geometrische figuren wellicht de islam, waardoor die gotische bogen het christendom omringen, de centrale religie?
Dit is een lijkkoets volgens de Kortekaas-kunstenaars: de mens staat in die ellips-vorm en kan dus zo de hemel ingeschoten worden.
Hierboven een beeld Geloof, hoop en liefde van Robin Kolleman. De vrouw is hier gehuld in een omgekeerde burka: alleen wat en 'gewone burka' nog enige ruimte geeft bij de ogen, zijn hier juist de ogen afgedekt en is de rest van het lichaam min of meer zichtbaar gelaten. De duif op het hoofd is een weergave van het symbool van de partij van Geert Wilders, de PVV. Dat de veren aan het loslaten zijn wil misschien zeggen dat het met de PVV even niet zo goed gaat? Afijn mooie, grappige zaken gepresenteerd in historische gebouwen. Dit is maar een kleine selectie.
Het was voor ons de eerste keer dat we de drie kloosters zagen: dat alleen al is een aparte belevenis en de moeite waard on naar Oosterhout te komen.