zondag 11 februari 2018

In gedachtenis aan Ghassan Ascha




Onlangs kwam ik een in memorian tegen voor Ghassan Ascha, gehouden bij een herdenking op 25 oktober 2006 in het Acadenmiegebouw in Utrecht.
Mevrouw Mirjam Ascha, kinderen en verdere familie, collega’s en andere vrienden van Ghassan

Van 1988 tot zijn recente overlijden was Ghassan Ascha docent islam bij de subfaculteit Godgeleerdheid. Geboren in 1948 in Beirouth, groeide Ascha op in Syrië. Hij studeerde eerst in de jaren 1970 in Damascus en daarna in Parijs. Hij promoveerde in 1987,  aan de Sorbonne in Parijs op een stevige dissertatie over ‘de lage positie van de vrouw in de islam’ (Paris: Harmattan 1987: Du Statut inférier de la femme en islam).  Over dat boek schreef hij zelf, dat veel hedendaagse moslims wel beweren dat de islam in de 7e eeuw een  grote bevrijding voor de vrouw betekende, maar dat dit een historisch onhoudbare stelling is. Hij noemde dat een geschiedvervalsing. Integendeel, de islamitische voorschriften betekenen nog steeds een beperking van vrijheden en rechten van de vrouw.
Ghassan kwam in Utrecht in een tijd dat het thema van de objectiviteit van de godsdienstwetenschap tegenover een veronderstelde geloofs-subjectiviteit binnen de andere disciplines van de theologie sterk werd geaccentueerd. Hij vond dat de godsdienstwetenschapper de rug recht moest houden tegenover soms zo gemakkelijk gestelde claims van de theologen. Zijn strijd ging vaak tegen de oudere en nieuwe ideologen van de islamitische tradities en zijn rug werd recht gehouden door een groot verlangen naar een eerlijke zoektocht voor mensenrechten. 
Als docent en wetenschapper voerde Ascha een consistent pleidooi voor een secularisatie van de islam (en zo nodig ook van het christendom): religie als privé zaak zonder gedetailleerde maatschappelijke voorschriften. Ascha was hierbij geen strijder in kranten en op de barricaden, hij was eerder de precieze academicus die de wettelijke voorschriften nauwkeurig analyseerde. Maar de grote lijn was wel die van een uiterst kritische studie van de sjarie’a die volgens hem in zijn traditionele vorm niet meer kon bijdragen aan de verwoording van mensenrechten. Zijn dissertatie staat vol met boze pagina’s (bij al zijn zachtheid kon Ghassan ook echt verontwaardigd zijn) over al die mannen die de geneugten van het paradijs alleen maar in genoegens voor hen zelf beschreven. De dissertatie is, net als zijn ander werk, geschreven in een zeer compacte, bondige en zelfverzekerde stijl. De traditionelen, of fundamentalisten heten er rustig les religieux en hen wordt gewoonweg verweten dat zijn de scholing van vrouwen tegenhouden, alleen omdat zij bang zijn dat de vrouwen buitenshuis gaan werken en zo het huis verlaten. (161)

In 1995 werd de grote lijn van zijn dissertatie samengevat (om niet te zeggen ‘gestolen’) door de  agressief seculiere Indische Amerikaan die schrijft onder de schuilnaam Ibn Warraq. Van diens boek Why I am not a Muslim (Amherst: Prometheus Books) is vrijwel het hele lange 14e hoofdstuk in totaal een 38 bladzijden, ontleend aan Ascha’s dissertatie, inderdaad met de vereiste tientallen verwijzingen naar Ascha in de voetnoten, maar dan wel zo sensationeel-hard verwoord, dat Ghassan er niet echt blij mee was.

Als docent bij godgeleerdheid in Utrecht breidde hij zijn grote thema nog verder uitbreidde in een aantal artikelen en in een tweede boek dat in 1997 verscheen over de moderne huwelijkswetgeving in islamitische landen, Mariage, polygamie et repudiation en islam (Paris: Harmattan).

Ghassan was er trots op dat zijn Franstalige boek uit 1997  in 2003 in Beirouth verscheen in een Arabische editie. Zo kan zijn werk ook in die, zijn eerste wereld gelezen worden. Zijn conclusie staat ook in het artikel dat bij deze herdenking is herdrukt: “de enige juiste manier om van het huidige dilemma los te komen, is de koranverzen omtrent de maatschappelijke positie van de vrouw als tijdgebonden te beschouwen. Deze verzen waren bedoeld voor mensen in de zevende eeuw en zijn niet van toepassing tegen het einde van de 20e eeuw.” In Lavrijsen (red.), blz. 54.

In zijn heldere en bondige Nederlands verwoordt hij hier nog eens zijn boodschap, die hij overigens zoveel mogelijk in een objectieve en min of meer neutrale wetenschappelijk verantwoorde verpakking wilde aanbieden. Godsdienstwetenschap hoeft de religie niet zijn gang te laten gaan, maar mag er een stevig corrigerend woord over uitspreken. Als het gaat over compromisloze eerlijkheid én academische objectiviteit, dan moeten wij daarin de boodschap van Ghassan Ascha zien. Als, wat Donner of God verhoeden, ooit een club mensen in Nederland de shari’a zou willen invoeren, moet dit nog steeds herhaald gaan worden of moet hij maar terugkeren.


donderdag 1 februari 2018

Een klein boek van Wil van den Bercken

Wil van den Bercken (geb. 1946) heeft boeken geschreven over Rusland: de atheïstische ideologie van de communistische tijd, over Rusland dat echt bij de Europese cultuur hoort, Dostojevski. Hij heeft een grote afkeer van het communisme en een bijna even grote van het protserige, starre, bombastische en onpersoonlijke van de Orthodoxe liturgie. Maar hij houdt wel weer van oude iconen, niet de gevoelige van de 19e eeuw, maar de oudere met een onpersoonlijke, bijna magisch-klassieke uitstraling.
Hij schreef wetenschappelijk werk, maar ook een aantal persoonlijke boeken, allemaal klein: in 2003 Tegen de religieuze behaaglijkheid: een onvroom pleidooi voor het christendom; in 2008 een bundel onder de titel Wat geloven theologen? (Waar ik zelf ook een autobiografische bijdrage in schreef. Ik heb het boek hier thuis al niet meer, maar in het jaar 2008 zette ik wel stukken er van op dit blog; bij het allereerst begin, 23 januari 2008). Wil schreef leuke columns in het Utrechts Universiteitsblad, toen dat nog gewoon in papier werd uitgegeven.
Zijn succesvolste   boek is Geloven tegen beter weten in, uit 2014. Het werd in 2016 uitgeroepen tot beste theologische boek van het jaar. Wil heeft veel atheïstische propaganda moeten lezen voor zijn vak. Zelf heeft hij lange tijd religie als persoonlijke beleving ook laten zitten. Nu kijkt hij kritisch terug op de 'Atheïstische manifesten' en andere zelfverzekerden die vinden dat het zonder god beter kan. De keuze voor het geloof vind hij zelf een goede, ook zonder een vluchtweg ervoor door de oerknal: Gelovigen ontlenen hun geloof niet aan de oerknal, want een bewijsbare god zou resulteren in een onvrij geloof. (152)
Nu is er dus een nieuw boek, van een gepensioneerde grootvader die heel erg geniet van het contact met zijn kleinkinderen. Het is een soort autobiografie zoals je die aan je kinderen en kleinkinderen wilt nalaten. Echt geschreven door een 'Contente mens'. Met tevredenheid presenteert hij de 'pensioenparadox: Tientallen jaren enthousiast en druk-druk-druk gewerkt aan projecten om achteraf in te zien dat dit niet zoveel heeft betekend.' (56) Een groot dichter is hij niet, maar dit keert wel terug op blz. 84
Uni- of multiversum dat eeuwig blijft bestaan
terwijl wij, o tijd, reeds lang zijn vergaan!
En toch denk ik met gevoel en met rede
dat ik zal rusten in nóg eeuwigere vrede.
 Er staat veel in over de eeuwigheidswaarde van literatuur en ook over de betrekkelijkheid van het boekenbezit. Dat leidt dan tot de laatste bladzijden, over Anton Houtepen, waarvan het meeste werk ook al weer verouderd is. Het was ook een té mooie droom: eenheid in verdraagzaamheid, zonder dictatuur. Maar Houtepens boek uit 2007: God een open vraag wordt nu door Wil geprezen en ik ga het later dit jaar dus maar eens herlezen.

maandag 22 januari 2018

Boeken opruimen


Nog geen enkele blog hierop geschreven dit jaar. We zijn te druk met twee zaken: allereerst veel zieken in de familie. En dan: we kopen een nieuw huis (in dit geval een appartement) en het huis moet leeg komen. Daarom dit verhaal, dat ook geschreven werd voor het maandblad van de Utrechtse Janskerkgemeente. Hieronder een foto van kleindochter Mette bij de kerstkrib in het tuincentrum (waar ze dit jaar zowaar een kapel, compleet met biechtstoel hadden). Daaronder een slechte foto van de kerstgroep die we in de Janskerk hadden geplaatst, inclusief het kasteel van Herodes!

 
Een van de meest geliefde liederen van de Janskerk is wel Boek je bent geleefd met allerlei mooie zinnen: wie maar leeft om meer te krijgen, die zal  sterven aan zijn eigen overvloed  .. Liefde tegen liefdespijn.. En dan die overvloed aan noten die de pianisten uit de vleugel over dit grootse lied heen strooien.  't  Meeste van een mensenleven wordt het minste opgeschreven.
Daaraan moest ik denken toen mijn oudste zoon over de vele boeken in ons huis begon: 'Pa, je zorgt maar dat je ze een goede bestemming hebt gegeven, want wij bestellen een container en daar gaan ze allemaal in.'
Vanaf de jaren 1960 verzamel ik boeken. Vooral vanaf mijn onderzoekstijd in Indonesië heb ik er in overdaad gekocht. Gedrukt op grauw krantenpapier, met wormgaatjes voordat wij kamfer op de planken strooiden, en zo goedkoop. Wij woonden later op de campus van de islamitische universiteit van Jakarta, want ook dat hoorde tot Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Zei een ambassade-medewerker eens: 'Exporteren wij zand naar Arabië? Doceren wij Islam in Indonesië?' Ja, dat dus ook, op verzoek van een minister van godsdienst, die niet wilde dat teveel studenten naar het Middenoosten gingen studeren en dat er ook maar eens een niet-moslim uit het westen op die islamitische universiteit moest komen doceren. 

Afijn, gemiddeld per jaar zo'n 500 boeken. Dat is dus meer dan één per dag en zeven jaar lang, later aangevuld via kortere bezoeken. Niet om meteen te lezen maar eerder voor het geval dat. Nu wij kleiner willen gaan wonen moet dat wel goed opgeruimd worden. Niet alleen afvalverwerker Gansewinkel zegt: 'Afval bestaat niet'. Nee, boeken zijn niet alleen geleefd, krijgen ook een nieuw leven als het kan. Voorlopig heb ik daar twee nieuwe opties voor gevonden. Een ervan is de Islamitische Universiteit Rotterdam, in 1998 opgericht, in 2003 opgedeeld in twee universiteiten, op ongeveer 1 km van elkaar in Rotterdam omdat er een conflict was: ook moslims zijn gewone normale Nederlanders en hebben onder elkaar conflicten. Afijn, bij de ene heb ik goede vrienden zitten en ik heb er als vrijwilliger ook colleges gegeven: religie in Nederlandse literatuur. Joseph in Dothan van Joost van den vondel, waarin zij ontdekten dat het verhaal van Jozef in Egypte bij christenen en moslims hetzelfde kan klinken. Zij kregen ook een opdracht 'Kerstverhalen schrijven', waarna bleek dat Kader Abdolah met zijn eigen Kerstverhaal uit de Volkskrant terecht ooit hoog scoorde bij de belangrijkste schrijvers van ons land. Naar die IUR in Rotterdam (Bergsingel 80, in een oude HBS, tegenover een mooie gereformeerde kerk gebouwd) zijn de eerste dozen al vertrokken met boeken vooral over christendom in Europa, een viertal planken over Islam in Nederland. Je verbaast je hoe snel je planken vol krijgt als je een beetje stevig verzamelt.
Een tweede bestemming wordt een samenwerking van een Islamitische Universiteit en een Protestante Theologische School in Banjarmasin, Indonesië. Er is gelukkig een stichting die vervoer en douane regelt en betaalt. Zij krijgen de oude Indonesische boeken (terug).

vrijdag 29 december 2017

De menselijke God van Darwin

De laatste weken heb ik verschillende boeken gelezen over Darwin, de evolutie van de mens en dergelijke zaken. Het eerste boek kwam van de 'antropologisch bioloog' die me naar Bussum haalde voor een lezing over Gülen. Hij was geacharmeerd van een boek van Carel van Schaik en Kai Michel. De laatste is een Duitse wetenschapsjournalist en daarom is het boek ook zo fantastisch goed leesbaar. Van Schaik studeerde in Utrecht bij Frans de Waal over primaten, mensapen dus en de vorming van de eerste mens. Hij is nu hoogleraar in Zürich. Hij toont zich in het boek duidelijk een stevig bijbelkenner.
Dit boek over Evolutie en de Bijbel, mooie uitgegeven in hardcover, ruim 440 bladzijden, volgt een aantal hoofdstukken uit de bijbel, maar vanuit de basistheorie, dat zo'n 12.000 jaar geleden, de grootste overgang in de ontwikkeling van de mens tot nu toe plaats vond: van jager-verzamelaar tot landbouwer-op-één-plaats. Dat begint al met een uitleg van het paradijsverhaal: Adam en Eva moeten die grote tuin met allerlei vruchten en dieren verlaten om hard in de grond te gaan ploeteren. Ook de tegenstelling Kain en Abel, Esau en Jakob wordt zo uitgelegd. Andere bijbelverhalen als die van David komen ook in Darwinistisch-evolutie perspectief te staan, al halen de twee er dan ook Ibn Khaldun er bij over de neergang van een dynastie in de derde (of soms al tweede) generatie: na Saul kwam David die op het einde van zijn leven ook corrupt en tyranniek werd.
De beschrijving van het begin van het christendom is wel aardig: in de evolutie naar een monotheïstisch beeld dat  dominant werd, liep het Jodendom voorop. Maar er waren in de gunstige plaats van het Romeinse Rijk twee Joodse varianten: een bekrompen en chauvinistische variant, het Rabbijnse Jodendom dat de besnijdenis en joodse spijswetten centraal bleef stellen. Daarnaast een soepeler en democratischer variant, het Christendom, waar algemene ethische richtlijnen belangrijker bleven en die hadden grote aantrekkingskracht. Zodoende bleef het Rabbijnse Jodendom een kleine religieuze stroming en werd het christendom de belangrijkste reli-factor ter wereld.
Ik moest daarbij ook wel denken aan die ontwortelde Marokkaanse en Turkse Imam-Mufti die wij in Nederland kregen sinds 1960: wetskenners, als imam en mufti, terwijl de mystieke variant van de Turkse al was afgeknepen door Kemal Atataürk, terwijl de marabouts in Marokko gebleven waren.
Het Oerboek is zo breed opgezet dat het niet gemakkelijk als boek te lezen is. Eerder een soort evolutionair denken op heel verschillende kanten van de bijbel losgelaten. Om nog eens (deels) te herlezen.
Het gemak van de electronische index: als je sapiens intikt bij de stadsbibliotheek krij je een aantal boek, waaronder dit. Nelissen schijnt een hele serie boeken over evolutietheorie geschreven te hebben. Hier komt de hele oorsprong van de mens nog eens terug. Voor mij nieuwe termen als homininen, habilis, heidelbergensis.. maar uiteindelijk de 'tweede fase' waarin de mens niet meer werkt aan de voortplanting (kernthema van alle evolutie), maar versterking van de soort geeft. Dat is de het nut van een oudere mens, terwijl in omvang vergelijkbare dieren maar zo'n 30 of hooguit 40 jaar halen.
Wel aardig, goed om te weten, maar het is nogal eens badinerend geschreven. Ja, religie mag, als je gelooft moet je dat zeker blijven doen als je denkt dat het helpt. Maar niet wetenschappelijk te onderbouwen, al wordt mindfulness wel de hemel ingeprezen (al heeft hij er zelf niet aan gedaan). Overigens schrijft hij zelf dat hij religie er eigenlijk buiten wilde laten en het niet thematische heeft beschreven.
De huidige kleine groepen jager-verzamelaars worden vaak gebruikt om informatie te geven over die van 12.000 jaar geleden: dat was dan een punt waar ik wel moeite mee heb, zoals bij de nogal badinerende toon van het boek, maar dat is misschien nodig voor popularisering?
Torrey is ook 100%Darwin en daarnaast ook veel bezig met de jager-verzamelaar van vroeger, zij het ook veel via informatie van de nu levende mensen. Aan de grote wereldreligies komt hij nu niet toe. Als kleine jongen was hij misdienaar, dus die wierookgeur zit er nog wel in, maar komt er hier niet uit.

zaterdag 9 december 2017

Geloof jij nog?

Tijdens een lekker en gezellig diner in een Frans restaurant (dus: kleine tafels, strakke stoelen, dicht op elkaar) vroeg een goede vriendin laatst 'geloof jij nog?' Ik maakte me er makkelijk en kort van af. Dat ik vooral geloof bij muziek, zingen dus. De vraag werd enkele keren herhaald, maar er was daar weinig gelegenheid om het uit te werken. Nu dus maar iets meer.
Als kind deed ik weinig moeite om de katechismus echt van buiten te leren. Een vraag herinner ik me toch nog wel: Wat moeten wij geloven? Alles wat de kerk ons voorhoudt te geloven als waar (of zoiets, ik kan het nu in die oude katechismus niet nakijken).
Wel, dat is er dus helemaal niet meer. Ik kan lange lijsten maken van wat er allemaal van af gevallen is, van dat Gesamtkunstwerk of dat volledig pakket, dat je als een eenheid werd geacht te accepteren als katholiek: van de onfeilbaarheid van de paus tot de maagdelijkheid van Maria en haar Tenhemelopneming. Dat laatste vond ik erg zielig: Maria met lichaam en al in de grote hemel waar verder alleen nog maar lege stoelen zijn!
Afijn dus wel heel wat schepen achter me verbrand, maar er blijft toch zoveel troost en schoonheid (eerder dan waarheid) in die oude teksten en liederen, ook in de rituelen. Geloof is geen acte van kennis maar van belangstelling, affiniteit en vertrouwen.
Toen ik op een islamitische universiteit doceerde in Indonesië (1981-1988, alweer 30 jaar geleden!) zei ik vanzelf vaak aardige dingen over de islam en kritische zaken over christendom. Dus vroegen studenten wel eens of ik van plan was om moslim te worden. Daarop antwoordde ik dan wel dat ik dat geen goed idee vond. Ik ken wel wat bekeerlingen om me heen, die dan met enthousiasme worden ontvangen, maar als muallaf of beginneling er fijntjes op gewezen wordt dat zei dit en dat moeten doen: kleding, boeken lezen, je tenen inkrimpen bij het gebed. Als je 'van muziek houdt', hoef je ook niet de hele muziekgeschiedenis mooi te vinden. Zolang je in bepaalde muziek mee kan trillen van schoonheid, houd je er van. Zolang je op die te moeilijke vragen wat (vaak halve) antwoorden vindt bij religieuze plechtigheden, ben je nog gelovig: zie je er voordeel in om daarin mee te draaien.
Voltaire zei eens iets over het nut van religie (zou uitgevonden moeten worden als het nog niet bestond) en Arabist Hans Jansen schreef een oppervlakkig en te cynisch boekje over Het nut van religie. Naast veel menselijke aberraties zit er ook wel zoveel diepgang en schoonheid in de Bachcantates, in de teksten van Bijbel en Koran, dat ik me maar gelovig blijf noemen.
Ik ben nu begonnen aan een  redelijk dik boek van 440 bladzijden: Het oerboek van de mens: De evolutie en de bijbel (Carel van Schaik en Kai Michael) dat een positieve interpretatie wil zijn van  het voordeel en zelfs de noodzaak bij de mens om zoiets als religieuze ideeën te hebben ontwikkeld. Ik ben benieuwd. De overgang van een jagercultuur, nomaden dus, naar sedentaire landbouwers is daar de 'grote fout' die via allerlei kunstgrepen hersteld moet worden. Het paradijs uit en ploeteren op de grond, mensen dicht bij elkaar en zodoende ook veel ziektes.

donderdag 30 november 2017

Mohammed in zeven (hoofd) stukken

Christian Lange is succesvol hoogleraar Islam en Arabisch in Utrecht. Zijn grote boeken gaan vooral over mystieke teksten uit de middeleeuwen. mooie verhalen over paradijs en geluk, verlangens ook. Maar nu heeft hij collegedictaten verwerkt tot een boek over Mohammed. Het is niet de bekende vorm van biografie, maar een receptiegeschiedenis. Na het inleidende hoofdstuk komt er een over de westerse islamwetenschap: van Nöldeke tot de wilde theorieën van Patricia Crone en soortgenoten. Hij maakt er korte metten mee: de Koran blijft een belangrijke bron en daar zien we iemand die helemaal past in de laat-antieke debatten tussen christenen en joden onderling, wel in contact met de oude arabische cultuur.
Dan zijn er drie hoofdstukken over de receptie bij moslims: in de wereld van de plichtenleer of sjarie'a is alles wat hij deed een voorbeeld voor mensen, om na te volgen. Dan de mystiek en filosofie, tenslotte de kleurrijke volksdevotie. hier blijkt vooral dat Mohammed niet zo maar 'gewoon een mens' is, tegengesteld aan Jezus als Zoon van God. Over Mohammed als eerste licht ontstaan uit God. Dan zijn er twee hoofdstukken over de receptie in het westen. Dat loopt ook sterk uiteen: van de bekende negatieve stereotypen tot verheerlijking van de hoogste plank: vooral bij Goethe en Carlyle.
In de presentatie van zijn boek gaf Lange vooral veel aandacht aan Goethe, die mythische dimensies gaf aan Napoleon. Mohammed als maatschappijvernieuwer en bestuurder werd door hem op dezelfde hoogte gesteld.
Het was maar een korte presentatie, gisteren in een van de zalen van Geesteswetenschappen in Utrecht. Het viel me op hoe 'wit' het publiek er was. Gürkan Celik was zo te zien de enige moslim die er bij was. Hij was wat teleurgesteld omdat zíjn Mohammed-beeld er natuurlijk nogal bekaaid van af kwam. Het was overigens wel duidelijk dat Lange een Arabist is en van de islamitische wereld vrijwel alleen Arabische teksten citeerde. Niets over de in het westen ook veel gelezen boeken van Ameer Ali en ook niets natuurlijk over Fethullah Gülen die in zijn Mohammed-boek een bijna dagelijks omgang met een nog levende bron van inzicht presenteert. Voor mensen die een beetje allergisch zijn voor identificatie van Arabisch en Islam is dat natuurlijk toch een gevoelige zaak.
Speciaal moment was natuurlijk de aanbieding van het boek door Christian Lange aan Joost van Gemert, beheerder van de collectie theologie/religie, ook muziek in de Universiteitsbibliotheek Utrecht. Zijn laatste herinnering aan een bezoek aan Istanbul: een prachtige opvoering van een Mozarts-opera in het operahuis aan het Gezi park, dat nu met sluiting is bedreigd door Erdogan.
Al bijeen een avond met veel thema's waarbij je toch wat in verwarring komt over wat nu wel het academische van islamwetenschap is: de historisch kritische methode zoals in hoofdstuk 2 hier aangeboden (de betekenis van Mohammeds boodschap voor de eerste hoorders), interesseert moslims eigenlijk maar nauwelijks en is maar een klein deel van het bredere onderzoek naar die grote figuur die Mohammed was en vooral: uiteindelijk is geworden.

maandag 20 november 2017

De Wijsheid van EUGers op muziek gezet door Mathilde Wantenaar

In totaal heeft het koor van de EUG in Utrecht de laatste 15 jaar viermaal een grote compositie-opdracht kunnen geven. De eerste was de Mis van Henny Vrienten, op teksten van EUG-leden. Daarna kwam de viering van 150 jaar orgel, met een selectie van gedichten van Lucebert. Dat was de Missa Poetica.  Op teksten van vooral Sytse de Vries  maar ook met elementen van  de Latijnse (en griekse) misteksten zongen we op 16 November 2013 de Missa bilingua op mooie muziek van onze dirigent Hans Leeuwenhagen.
Begin dit jaar was het schilderij Waiting for Sophia van Angie Deveureux aangekocht en een enkele keer in de Janskerk van Utrecht neergezet tijdens een dienst, daarna weer verdwenen. Ik schreef daarover in februari 2017. Als vervolg daarop werd er een algemene workshop gedichten schrijven georganiseerd, waarop een klein groepje van leden van de Ekumenische Utrechtse Gemeeenschap (zoiets is de betrekenis van EUG) een vijftal gedichten geschreven, waarop componiste Mathilde Wantenaar werd gevraagd er muziek op te schrijven. 12 November 2017 werd die voor het eerst uitgevoerd.

Beeld van de (nog) lege kerk tijdens de repetitiedag. Links zit de componiste  rechts pastor JasjaNottelman. Wantenaar is geboren in 1993, wist op haar 9e al dat zij componiste wilde worden en is het dus ook geworden! Haar muziek is gevarieerd: de vijf liederen zijn in grote variatie geschreven van stil, zelfs verstild en meditatief tot theatraal en uitbundig. Soms met veel herhalingen van de in het algemeen zeer korte teksten, tot een snelle lawine van allerlei omschrijvingen van wijsheid. De begeleidingen zijn bescheiden, nauwelijks een voorspel of introductie en eigenlijk nergens echt solospel voor piano of orgel. Daar zal Laurens de Man wel wat meer van gaan maken denk ( of soms: vrees!) ik.
Bij nader bekijken van het schilderij bleek Sophia of Christa te zijn: een vrouwelijke versie van Christus, zoals de feministische theologie ook een vrouwelijk verschijning van God kent. Op haar linkerhand kun je zelfs een stigma-wond herkennen. Maar dat zag ik er in terwijl de vrouwelijke theologen daar nog niet naar hadden gekeken.
Wijsheid, werd me verteld, is anders dan de Logos: want die wordt toch al snel weer mannelijk gezien. Wel goddelijk, maar niet god-gelijk, voortkomend uit de goddelijkheid maar in mensen aanwezig (als het goed is). Ik had even het gevoel in een Vrijmetselaarsloge te zitten, maar het is toch vooral een laat-Joodse gedachte, van tegen de tijd van Seleuciden en ptolemeeën, de laatste eeuwen vóór Christus.
 Word wakker, Wijsheid, maak toch voort.
Laat woorden van vertrouwen stromen,
opdat gebeurt waar wij van dromen ..
Jij die in ons ontspringt en leeft,
jij die kan brullen en kan fluisteren:
leer mij toch wachten, leer mij luisteren
Het gaat hier allemaal niet om en soort godsbewijzen: dat er bij evolutie toch een 'eerste begin' moet zijn, of dat wij allemaal participeren aan een 'algemeen zijn',  of dat er een intelligent design voor deze wereld is.
Wij hebben lekker gezongen, dat zeker!