vrijdag 17 november 2017

Joop Smit als een strenge uitlegger: een slager die zijn vlees afkeurt?

In de Janskerk volgen we deze maand een cyclus over vrouwenfiguren in het bijbelboek Openbaring. Een goede gelegenheid om eens wat in dit rijke werk te grasduinen. Afgelopen zondag gaf Joop Smit, bijbelkenner en Augustijn priester een mooi staaltje van zijn kunnen. In de beste stijl van retoriek, zoals hij die van de taalgevoelige Augustinus, gaf hij een analyse van de brief aan de kerk van Tyatira 2:18-29. De 'brief' wordt gezien als een geplande aanval op een vrouw uit die stad, die kennelijk veel volgelingen heeft en (dus) charismatisch is. Maar eerst komt het zoet: de gemeente aldaar wordt geprezen voor de vele goede eigenschappen. Maar dan komt het venijn. Er is een vrouw die kennelijk een te zachte opinie houdt tegenover de 'heidense' cultus: ze vindt het goed als mensen sociaal omgaan met elkaar en dus ook dat christenen bij ontmoetingen eten van vlees dat uit de tempel komt (zoals heel veel vlees kennelijk). Er worden heel harde woorden gesproken en de vrouw wordt Izebel genoemd, naar de tegenspeelster van de profeet Elia (ook een voorbeeld van onverdraagzaamheid, die volgens de bijbeltekst 400 Baal-priesters liet vermoorden. Izebel ('kracht van Baäl)  zal ziek worden, haar kinderen in ellende gestort.
Hier wordt Izebel of Jezebel afgebeeld met vrouwelijke 'ondeugden' zoals ijdelheid.
Joop had weinig goeds over voor de schrijver van Openbaring hier: zo'n harde afstraffing van een vrouw die waarschijnlijk de harmonie tussen de jonge christengemeenschap en de hellenistische cultuur wilde bewaren. Niet alleen dus een 'uitleg' van de bijbeltekst, maar ook een onverwacht felle aanval op de tekst. De slager keurde hier niet alleen het vlees op een milde manier, maar ging er even fel tegen in, zoals wij vroeger ontzet waren bij die (vloek)psalm 137:9 en natuurlijk die slachting onder de Baal-priesters. We mogen die teksten rustig maar stevig afkeuren.

donderdag 16 november 2017

Het eigen 'frame' van bisschop Yousif Thomas Mirkis

In de Antoniuskapel van de Aloysiuskerk was een bijeenkomst met de bisschop van Kirkuk, Yousif Thomas Mirkis, een deels in Frankrijk opgeleide priester van de Dominicaanse orde. Een geleerd en tegelijk praktische man, die tot 2003 vooral les gaf op een theologische opleiding, maar toen verdween Saddam Hussein, kwamen de Amerikanen.
Hij kan doceren: de Europeanen zijn individu, maar in Irak ben je, of je het wilt of niet, lid van een gemeenschap, communitarisme: het gaat niet om pure religie, niet om etniciteit, denominatie als zuiver religieuze groep: hij is nu eenmaal geboren als lid van de Syrische geünieerde katholieke kerk.
Hij gaf meteen al een mooi voorbeeld van complot-denken: zou die grote aardbeving met zoveel doden niet van een Iraanse kernproef komen?
Hij is zelf geboren één jaar na de stichting van Irak, dus in 1933. Vrede heeft hij nooit meegemaakt. Er was altijd wel onderdrukking, of oorlog, of allebei. Van afstand heeft hij de Europese 2e wereldoorlog meegemaakt: voor pacifisme had hij geen lovende woorden, want in 1933 konden zij het Nazi-regime ook niet tegenhouden. Maar het is moeilijk laveren tussen de idealen, zeker toen vanaf 7 augustus 2014 Mosul een regime kreeg dat wellicht nog erger was dan een nazi-regime. Ja mag geweld niet imiteren, maar moet ook niet naïef zijn. Uiteindelijk kwam er toch een rechtvaardiging van geweld, als noodzakelijk kwaad, proportional use of violence.
Maar, praktisch als hij is wilde hij de leuze Si vis pacem para bellum niet overnemen (als je vrede wilt moet je je voorbereiden voor oorlog). Maar denk aan vrede: si vis pacem, para pacem.
Maar dat is de theorie: hij werkt vooral praktisch en verzorgt zo'n 700 jonge mensen, studenten, die hij € 200 per maand kan geven zolang als hij genoeg geld bijeen kan bedelen.
Daar is wel een probleem voor hem: de grote NGOs hebben allemaal hun eigen agenda, eigen beleid, dat hij frame noemt: als je praktische aanpak daarin niet past dat wordt je niet ondersteunt.
Edwin Ruigrok van PAX was teleurgesteld dat hij 'hun mensen' in Kirkuk niet kent, die daar zijn om groepen bijeen te brengen. In studentenhuizen van Mirkis zitten Yezidi, Christenen en Moslim studenten dooreen: maar dat is zo zijn werk. Pax riep geen herkenning bij hem op. Ik zei tegen Edwin dat het oude Pax Christi wellicht beter bekend was, al is dat ook een Europese stichting/organisatie gebleven.
Ik was al lang niet meer in de Aloysiuskerk geweest, al is het formeel 'mijn eigen parochiekerk'. Pastoor Huitink, nu priester na een vroegere loopbaan bij de politie, kan efficiënt, maar ook spiritueel sterk leiding geven hier. Zuster José Höhne, dominicanes, vertelde dat er nog 57 OP zusters n Nederland zijn, maar zij is (goed 60?) verreweg de jongste. En dan komt zo'n bisschop uit Kirkuk hier bij ons steun zoeken. Over de Iraakse regering(en) wil hij niet veel kwijt: het zijn ook in zijn soennitisch gebied toch vooral shi'ieten die de dienst uitmaken. Maar hij blijft liever buiten de politiek en concentreert zich op praktische projecten.

woensdag 15 november 2017

Het Gordijn van Kader Abdolah

Ik dacht dat Kader Abdolah bezig was met een groots project: iets over de Statenbijbel. Maar na twee boeken over de Perzische koning (en zijn eigen betovergrootvader die daar vizier was geweest), is er iets heel anders. Het Gordijn gaat over de ontmoeting tussen KA en zijn moeder en zus. De moeder was al in Amsterdam geweest. Z|ijn vader is nu overleden en zijn moeder is aan het dementeren. Daarom hebben ze Dubai uitgekozen als ontmoetingsplek. Dat is dus thema 2, naast no 1: de dementie van zijn moeder. Het Gordijn is een oude herinnering aan zijn moeder, die altijd verhalen vertelde, maar achter een gordijn (64-5).  Later in het boek vertelt zijn moeder dat ze altijd gehoopt had dat Kader haar zou meenemen naar Mekka. Nu gaat hij van het kosmopolitische Dubai naar het vrome Abu Dhabi en raakt daar zijn moeder kwijt in een te grote moskee, waar ze achter gordijnen verdwijnt:
Voorzichtig schoof ik (vertelde vroeger zijn moeder) het oude, grote, zware, donkergroene gordijn van het Huis van Allah opzij en ik keek naar binnen, naar de spullen van Zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Naar de spullen van zijn woonkamer. Een stoel waarin Hij zat. Zijn gele leren slippers en Zijn ronde zilveren spiegel. En op Zijn tafel lag brood.
 Er zijn 34 hoofdstukken in 180 bladzijden. Allemaal bijna erg kort dus. No 5 gaat over de Arabieren. de Perzen houden van de Profeet en van de Ka'aba in Mekka, maar ze moeten niets hebben van de Arabieren, die hun alfabet hebben weggenomen en vervangen door het Arabische. Die hen dwongen de Koran uit het hoofd te leren. Dat kotm veel terug: die dubbelzinnigheid. Kader is atheïst, maar houd van de Koran en van de profeet. Blz. 153-4 is uitvoerig over de zeven slapers van Efese, sura 18: de slapers in de grot. Het waren vervolgde christenen die vluchtten, pas 300 jaar later wakker werden (zijn moeder is er ook vaak van af!) en ontwaakten toen het geloof had overwonnen.
In zijn eigen bewerking van de Koran is dat no 69, blz. 212-217,maar nu is hij toch weer anders aan het vertalen en maakt er uit de traditie weer een ander verhaal van.
Er zit ook een prachtig verhaal in over een tocht door het echte woestijngebied in een grote jeep. Als ik dan toch nooit echt in Mekka en Medina zal komen, moet ik wellicht toch maar een keer naar Dubai en Abu Dhabi gaan.

dinsdag 7 november 2017

De Canon van Nederlandse Geschiedenis in Arnhem

Na al bijna en decennium debatteren over een museum voor Nederlandse geschiedenis, dat wellicht in Arnhem zou komen, het opstellen van een canon met 50 kernpunten van ons nationaal verleden, is er nu bij het Openluchtmuseum een modern gebouw neergezet. Het ziet eruit als een groot bruin ei, alsof de stralend goudwitte bobbel bovenop het Fundatie-museum van Zwolle hier in de bossen is neergedaald.

Het is niet echt goed te zien: op de wat onduidelijke foto boven staan Pram Sutikno en Tessel Pollmann naast Paule en ik zelf, terwijl achter ons die donkere bubbel staat. Binnenin is het een grote aaneenschakeling van allerlei technische spelletjes waar je je in de geest van onze voorouders kunt gaan wanen. Het is er allemaal nogal donker, omdat de aandacht toch vooral op schermen gericht moet zijn. Tessell staat hier handel te drijven tussen Kampen en noordelijker Hanzesteden. Ze was er redelijk fanatiek in: kon een leiding graag kopen en hout verkopen, of andersom. Maar het duurde zeker 10 minuten voor ze in de gaten had hoed ze de schepen moest laten varen en de handel drijven. Maar wij anderen hadden het al lang opgegeven.
Er was ook een leuk spelletje over de juist tactiek om de Friezen te bekeren (bij Bonifacius), veel VOC en slavenhandel, later extra veel over Max Havelaar. Er lag een Koran in een Nederlandse vertaling die ik niet ken en onderstaand briefje, waarschijnlijk tegen de moord op Theo van Gogh door Muhammed Bouyeri. Zoveel verschillende onderwerpen, knap bijeengezet maar wel als een maaltijd met 50 gangen.

Wij waren al weer zeker 30 jaar niet in het Openluchtmuseum geweest en stonden nu verbaasd over de pracht die daar bijeen staat. Op een rustige herfstdag was het een perfect licht om de combinatie te zien van gebouwen en omgeving, helemaal aan die gebouwen aangepast.




Beetje Johannes Maeswael in het Rijksmuseum

Het wordt een museumweek: begonnen met zondag 5 nov. toen wij Jan Pieter Foppen zagen in het Slot Zeist. Hij maakt bij avondzon foto's van mooie hoekjes in Amsterdam, Utrecht en de Morvan en schildert dan in de stijl van Monet: hij noemt zichzelf een echte impressionist.
Maandag waren we bij het Rijksmuseum en zagen er per ongeluk eerst werk van Mathijs Maris, broer van twee andere kunstenaars ui de Haagse school, maar later vooral  levens in Parijs en Londen waar hij grote doeken maakte met allerlei schakeringen van een of twee kleuren, zonder figuren: kleur omwille van de kleur dus.Daarvoor ging hij een beetje de Tooropkant uit.
Hij was in Lausanne en daar kwam dit doopportret tot stand. Trotse, beetje bange en zeer ingetogen moeder, ingepakte baby.
Maar we kwamen voor Johannes Maelwael (= schildert goed) van de periode 1375-1410. Hij kwam uit Nijmegen, schilderde voor de graven van Gelre, later voor het Franse vorstenhuis in Parijs en vooral in Dijon voor Karel de Stoute. Zijn neven de broers Van Limburg, kwamen bij de Duc de Berry terecht.
Van Maelwael is maar weinig overgebleven. Daarom was er ook werk van tijdgenoten. Er was een groot werk gemaakt in opdracht van de in 13763 gestorven Hendrik van Rijn, kanunnik en aartsdiaken van onze eigen Janskerk in Utrecht. Hij knielde dus waar wij meestal op zondag naar de kerk gaan en zingen. Nu is het een kale kerk, in allerlei kleuren wit, alsof die kerk ook de overgang van het uitbundig figuratieve naar het beeldloze heeft moeten doormaken als bij Mathijs Maris.
Van Maelwael was er een groot rond schilderij met een pietà, waar niet de moeder, maar God als Vader het doodsoffer van Jezus aanneemt. Met de gebruikelijk figuren eromheen alsof het een grote familie van engelen,mensen en goddelijke figuren is die gezamenlijk in rust en stilte dit moment nog moet verwerken.

De bovenste schijnt helemaal echt van Maelwael te zijn. De wat kleinere daaronder is wel een pietà in de gewone traditie waarin Jezus op de schoot van zijn moeder is. Wij waren onder de indruk van de pracht, intieme schoonheid ook, alles nog zo goed bewaard sinds 600 jaar.

Na de lunch in het museum (feestelijk ter ere van onze 45-jarige bruiloft, vandaar de feestelijke selfie voor het beeld van de tragische Laokon), gingen we nog naar de hermitage, waar een indrukwekkende collectie van Nederlandse meesters in Russische bezit (al eeuwen lang: vanaf Peter de Grote tot nog generaties naar Catharina de Grote werd er vanuit een royale kas gekocht) te zien was. Grote schilderijen meestal, want de zalen waren er groot. Nogal wat Utrechtse Caravaglio-schilders met sterke licht contrasten. Hier een uitbundige groep engelen bij Abraham: veel meer op de menselijke figuur gericht dan de oude iconen, meer voor de feestzalen dan voor de kerken!

vrijdag 3 november 2017

Islamitische begraafplaats Kovelswade in Utrecht

20 September 2017 overleed Hamza Zaid Kailani, een van de voortrekkers van contacten tussen de eerste generatie moslims en Nederlandse kerkelijke figuren. Hij kwam in 1964 in ons land als vertaler Arabisch voor Unilever. Hij was in Palestijns gebied leraar Engels. Toen de Israeli's in 1967 de Westbank veroverden, was hij hier en kon dus niet meer terug. Hij sprak voortreffelijk Nederlands (hij was niet voor niets een talenman) en kon overleven. In 1978 werd hij imam in de Bijlmerbajes en van het een kwam het ander: contacten met de dialoog-experts van de Nederlandse kerken.
Hij werd begraven op een van de vier islamitische begraafplaatsen van Nederland. Dat was voor ons reden om in deze dagen van dodenherdenking daar eens een wandeling te maken.
In 1990-5 heb ik in Leiden geprobeerd om een Islamitisch-Christelijk leerhuis te beginnen (ook werd het een rubriek in het tijdschrift Begrip Moslims-Christenen). Hamza deed een aantal keren mee, gaf leiding, maar was toch erg sterk gebonden aan zijn orthodoxe opvoeding. Hij had in feite weinig feeling voor de vrijere lezing van de christelijke schriften zoals wij die hebben. In het wespennest van de Nederlandse moslimorganisaties bleef hij een buitenstaander, omdat Turken, Marokkanen en Surinamers daar de toon zetten.

In Utrecht is Kovelswade (achter de Koningsweg) sinds 1901 een uitbreiding  van het kerkhof aan de Gansstraat. Er staat een sierlijk centraal gebouw in neo-klassieke stijl. Aan het kerkhof is te zien dat er tegenwoordig minder begraven wordt, meer gecremeerd: er zijn her en der veel lege plekken. Veel kapotte graven. Er zijn maar enkele aardige beelden. Bijzonder vond ik het graf van schrijfster Johanna van der Woude: een beeld opgericht door bewonderaars, met afbeeldingen van vier boektitels.
Der islamitische afdeling is begin jaren 1980 geopend en loopt zonder afscheiding over in de algemene begrafenistuin. Er is een sobere gebedsplaats, richting Mekka, met een soort 'qiblat' waarop in kalligrafie de tekst staat: Inna lillahi wi inna ilaihi rajiun 'wij zijn van God en keren tot Hem terug' (Baqara, sura 2:156).
Overigens zijn de graven vol met emotioneel geladen teksten en voorwerpen waarin de band met de overledene centraal staat:,knuffels, hartjes, duifjes bij elkaar, zwaar gevoelige teksten. De treurenden laten zich door de strenge godgeleerden de wet niet voorschrijven. Zoals sommige katholieke geestelijken de Requiem-mis graag onpersoonlijk houden, maar de treurenden zelf wat anders willen, zien we het hier ook!

En de treinen gaan de hele tijd door, omdat het kerkhof tussen de achtertuinen van de huizen aan de Koningsweg en de spoorlijn naar Oost en Zuid-Nederland is aangelegd.

donderdag 2 november 2017

Hoe godsdiensten investeren in stenen en er afstand van moeten nemen

Oskar Verkaaik publiceerde samen met Daan Beekers en Pooyan Tamimi Arab een wat rommelig en soms verwarrend boek, met een aantal prachtige inzichten en bescherijvingen: Gods Huis in de Steigers. Religieuze gebouwen in ontwikkeling (Amsterdam University Press, 2017, 269 blz.).
 Het boek begint met de constatering, dat religieuze leiders vaak zeggen, dat de stenen gebouwen niet belangrijk zijn. Dat zei Jezus ook over de tempel van Jeruzalem. Fethullah Gülen verbiedt zijn mensen om moskeeën te bouwen, 'want die zijn er al genoeg'. Maar vooral de moslims van West-Europa zijn stevig aan het bouwen geraakt en de bouwgeschiedenis van een aantal nieuwe moskeeën wordt hier besproken. Allereerst natuurlijk de lege kerken die (naast scholen, garages, andere oude gebouwen) werden gebruikt. Dan de echte nieuwe moskeeën: vaak heimwee-moskeeën met architectuur-elementen vanuit de landen van herkomst. Verkaaik volgde een aantal debatten over deze nieuwbouw en constateerde dat juist de meer fundamentalistische moslims wel sobere, kale en moderne gebouwen willen, terwijl de traditioneler 'cultuur-moslims' juist zoveel waarde hechten aan elementen uit hun oude tradities. Prominent voorbeeld is de Omar ibn-al-Khattab-moskee van Almere (hieronder).
De vierkante en nogal zware torens zijn natuurlijk in Almere toch een verwijzing naar Marokko. Er zit ook een mooie koepel op, maar die kun je van afstand niet zien. Dat is ook wel weer bewust gedaan, om het niet teveel op een exotische moskee te laten lijken. Verder is het toch wel wat strakke nieuwbouw geworden. Zoals zo vaak, een bouwgeschiedenis met niet alleen conflicten met omwonenden, de plaatselijke bestuurders, maar juist ook onder de plaatselijke moslim-gemeente zelf.
Een aparte verhaallijn  zijn de hoofdstukken 4-5-6 over synagogen in Duitsland en Nederland. Vanaf de 19e eeuw zijn nogal wat synagogen gebouwd in de zg. Saracenen-stijl, de mediterrane bouwstijl die wij kennen van de (Ottomaanse) moskeeën, maar die in het begin van de 20e eeuw populair was in Engeland en Duitsland. Mooi voorbeeld hiervan is een sigarettenfabriek in Dresden, de Yenidze fabriek met een nep-minaret van 60 meter hoog, gebouwd in 1909!
Het viel Verkaaik op, dat in Nederland op veel plaatsen synagogen zijn herbouwd/opgeknapt in deze stijl, ook al waren de joodse gemeenschappen inmiddels verdwenen. De oude stijl is in Nederland dus gebleven. Maar in Duitsland waren de oude gebouwen bijna totaal verwoest en de meeste nieuwe 'herbouw-synagogen' werden vaak in een super-moderne stijl herbouwd. Vaak als Joods museum of 'gemeenschaps-centrum'.  Op sommige plaatsen werden gebouwen neergezet, waar de inmiddels uit Rusland gearriveerde Joden zich helemaal niet in thuis voelen voor gebed of studie.
Wat kerkgebouwen betreft ziet Verkaaik dat heel vaak de bovenplaatselijke kerkleiding kiest voor afbraak, terwijl de plaatselijke gelovigen met pijn in het hart dan toch liever heeft dat er een moskee, of apartementen, of een Pinksterkerk in komt. Project-ontwikkelaars houden wel van die sfeer van de oude kerkgebouwen. 'Nostalgische post-christenen eren de vele negentiende-eeuwse kerkgebouwen als herinneringen aan een verdwijnende beschaving.'  (248).
Een mooi, ietwat fragmentarisch boek. Zeker het laatste woord is nog niet over dit brede thema gezegd, maar het zijn mooie observaties.